Competenties

In de beroepsstandaard zijn vijf aspecten van effectief leiderschap vertaald in vijf basiscompetenties.

1. Visiegestuurd werken

De schoolleider:

  • geeft leiding aan het ontwikkelen en concretiseren van een gezamenlijke visie op onderwijs;
  • draagt deze visie uit om de onderwijsprocessen en leerresultaten te optimaliseren.

2. In relatie staan tot de omgeving

De schoolleider:

  • anticipeert op ontwikkelingen in de omgeving (bestuur, wet- en regelgeving, ouders, maatschappelijke omgeving en andere relevante organisaties);
  • beïnvloedt deze doelbewust vanuit ondernemerschap, om de onderlinge relaties, onderwijsprocessen en leerresultaten te optimaliseren.

3. Organisatiekenmerken vormgeven vanuit een onderwijskundige gerichtheid

De schoolleider geeft als volgt vorm aan de organisatiekenmerken (structuur, cultuur, onderwijsorganisatie, personeel en faciliteiten):

  • in dialoog met medewerkers;
  • vanuit kennis van hun onderlinge samenhang;
  • met het oog op het optimaliseren van de leerlingenresultaten in een brede context.

4. Strategieën hanteren voor samenwerking, leren en onderzoeken op alle niveaus

Om de school- en onderwijsontwikkeling te bevorderen, hanteert de schoolleider leiderschapsstrategieën die gericht zijn op:

  • het bevorderen van samenwerking;
  • leren van leraren;
  • onderzoek op alle niveaus binnen de organisatie.

Vormen van leiderschap die samenwerking, leren en onderzoek bevorderen zijn: transformatief, moreel, inspirerend, onderzoeksmatig en gedeeld leiderschap.

5. Hogere-orde-denken

De schoolleider:

  • analyseert zaken diepgaand, op basis van adequate informatieverzameling en vanuit alternatieve denkmodellen;
  • brengt ze in verband met alle factoren in de bredere organisatie die een rol spelen bij het leren van leerlingen.