Schoolleidersregister voert verbeteringen door

Manier van factureren verandert.

In de zeven jaar dat het Schoolleidersregister PO nu bestaat is het nodige tot stand gebracht. En: er is ruimte voor verbetering. Uit een vorig jaar gehouden evaluatie komen drie belangrijke verbeterpunten naar voren. Directeur Marja Creemers beschrijft ze stuk voor stuk en vertelt wat schoolleiders en besturen ervan gaan merken.

Kun je – misschien ten overvloede – nog eens uitleggen waarom een schoolleidersregister nodig was?

‘Uit onderzoek is onomstotelijk gebleken: hoe professioneler (opgeleid) de schoolleider, des te beter de resultaten van de leerlingen. Schoolleiders die zich bijscholen en ontwikkelen, zijn beter in staat hun lerarenteam goed te begeleiden bij de verbetering van het onderwijs. Door zich (nader) te scholen geven ze bovendien het goede voorbeeld aan leraren. Schoolleiders die echt werk maakten van hun ontwikkeling bleken voor de oprichting van een register in de minderheid te zijn. Het aantal geschoolde schoolleiders nam ook niet wezenlijk toe met het vrijwillige register van de Nederlandse Schoolleiders Academie (NSA), waarvan wij de rechtsopvolger zijn. Daarom hebben de sociale partners in 2013 een afspraak met OCW gemaakt. Die afspraak bevat twee belangrijke elementen: een CAO die schoolleiders verplicht zich te registreren én € 29 miljoen per jaar structureel extra budget van OCW voor de professionalisering van schoolleiders.’

Wat heeft het Schoolleidersregister PO sinds de oprichting zeven jaar geleden bereikt?

Sinds onze oprichting is het aantal schoolleiders met een schoolleidersopleiding of een vergelijkbare kwalificatie meer dan verdubbeld, tot bijna 90%. Deze schoolleiders ontwikkelen zich steeds verder en laten dat via het register ook zien aan de buitenwereld. Ook zijn de schoolleidersopleidingen verbeterd. Ze worden nu op dezelfde manier beoordeeld als de NVAO (Nederlands-Vlaams accreditatieorgaan) in het hoger onderwijs de bachelor en masters beoordeelt. De komende twee jaar gebeurt dat voor een tweede keer. Honderden opleidingen en ander professionaliseringsaanbod worden (op inhoud en niveau) beoordeeld en bij een flink aantal is inmiddels een audit uitgevoerd. Met deze audit verifiëren we of aanbieders ook waarmaken wat ze bij certificering aangaven te zullen bieden. Op onze website vind je de rapporten hierover. Wie niet waarmaakt wat is beloofd, raakt zijn certificering kwijt. Voor schoolleiders is dat een waardevol houvast wanneer ze beginnen met een schoolleidersopleiding. Ook ontwikkelen en onderhouden we samen met schoolleiders een kennisbasis voor schoolleiders: een beroepsstandaard, professionaliseringsthema’s en beschrijvingen van maatschappelijke en technologische trends die de school in de toekomst gaan beïnvloeden. Schoolleiders voldoen steeds meer aan de criteria waaraan andere, klassieke beroepsgroepen zoals artsen, advocaten en accountants voldoen: een eigen kennisbasis, met elkaar borgen dat beroepsgenoten hun vak bijhouden en hierover verantwoording afleggen aan de buitenwereld. Kortom: schoolleiders vormen steeds meer een beroepsgroep.’

Helder: er is al het nodige tot stand gebracht. Wat kan volgens jou nog beter?

‘Vorig jaar hebben we een evaluatie laten uitvoeren. Daaruit kwamen drie belangrijke verbeterpunten naar voren. Het eerste: veel schoolleiders werken liever met hun eigen ontwikkelingsvraag als aangrijpingspunt dan met de kennisbasis van de beroepsgroep. Dat vraagt een verandering van het register en de wijze waarop we de kennisbasis vormgeven. Best een forse ingreep want de kennisbasis moet opnieuw worden ingedeeld, het ICT-systeem moet voor een deel opnieuw gebouwd worden en het professionaliseringsaanbod moet opnieuw gecertificeerd worden. Het ziet ernaar uit dat we vanaf volgend schooljaar deze kanteling kunnen doorvoeren. Het ontwikkeldoel van de individuele schoolleider staat dan centraal. Zodra de schoolleider aangeeft wat hij of zij aan professionalisering gaat doen, toont het register aan welk deel van de kennisbasis de schoolleider heeft gewerkt.’

Het tweede verbeterpunt?

'Dat betreft de betrokkenheid van schoolleiders bij het schoolleidersregister. Het Schoolleidersregister PO wordt bestuurd door schoolleiders. Het zijn schoolleiders die de registratie- en certificeringsbesluiten nemen en de ontwikkeling van schoolleiders evalueren. We breiden die betrokkenheid van schoolleiders in 2020 verder uit. Dat betekent dat schoolleiders het jaarlijkse congres organiseren en deel uitmaken van de panels die schoolleidersopleidingen beoordelen en van de auditteams die de verificatieaudits van het professionaliseringsaanbod uitvoeren. Ook maken schoolleiders deel uit van de projectgroep die de beroepsstandaard actualiseert. Tot slot werken schoolleiders in kenniskringen samen met wetenschappers aan de ontwikkeling van de kennisbasis.’

Komen we bij het derde en laatste punt.

'Dit betreft een verbetering van de bedrijfsvoering van het schoolleidersregister. Die is nodig om de ambities die we met de schoolleiders hebben geformuleerd waar te kunnen maken. We willen naar een eenvoudiger systeem van facturering met minder kosten voor het register en minder administratieve last voor besturen. Een systeem dat zorgt voor een duurzame bedrijfsvoering. Het geld dat we met deze verandering besparen steken we liever in de professionalisering van schoolleiders.’

Wat is er mis met de huidige manier van factureren?

‘De facturering van ruim 8.000 individuele schoolleiders is omslachtig. We hebben de afgelopen jaren gezien dat ruim 70% van de facturen door de besturen wordt betaald. Veel schoolleiders vertelden ons: ik doe niets anders met die factuur dan hem gelijk doorsturen naar het bestuur. Het innen van de overige 30% van de facturen kost het Schoolleidersregister PO veel tijd en geld en al die losse facturen leverden ook overbodige administratieve last op bij de besturen.’

Zijn er nog andere redenen om de manier van factureren te veranderen?

‘Ja. Door het natuurlijke verloop van schoolleiders kon het register op geen enkel moment in het jaar bepalen op hoeveel betalende schoolleiders we konden rekenen – en onze inkomsten worden bepaald door het aantal betalende schoolleiders. Er zijn jaren geweest dat we werkzaamheden niet konden uitvoeren en mensen moesten ontslaan omdat er te weinig middelen beschikbaar waren. In sommige jaren stroomden in de laatste zes weken de bijdragen wél binnen, waardoor de jaarrekening een vertekend beeld liet zien. Deze schommelingen vormden een onzekere factor in de exploitatie van het schoolleidersregister.’

Voor een meer duurzame bedrijfsvoering slaan jullie de kosten van het Schoolleidersregister PO vanaf dit jaar op een andere manier om. Waarom kiezen jullie voor omslaan per school?

‘Door te kiezen voor omslaan per school sluiten we aan bij de manier waarop het PO wordt bekostigd. In de WPO is vastgelegd dat aan iedere school een directeur verbonden is. In de bekostiging is hier rekening mee gehouden. Daarnaast zijn er de professionaliseringsgelden voor directieleden. In de Staatscourant van 9 april 2013 is opgenomen dat OCW jaarlijks € 29 miljoen voor professionalisering van directieleden extra ter beschikking stelt. De voorwaarde die aan de verstrekking van deze extra middelen is gesteld, is dat in de cao wordt geregeld dat directieleden zich inschrijven, registreren en herregistreren en dat bestuurders hierop toezien. In de cao is verder geregeld dat besturen de bijdragen aan de exploitatie van het Schoolleidersregister PO vergoeden. Met andere woorden: de voorziening is er voor alle directieleden. Alle besturen ontvangen middelen hiervoor en een bescheiden deel hiervan is bestemd voor de exploitatie van het Schoolleidersregister PO. We hebben gekozen voor een simpel systeem waarvoor geen omslachtig administratief systeem nodig is dat zou leiden tot onnodige extra kosten voor iedereen.’

Hoe verhoudt het nieuwe systeem zich tot het gevoel van eigenaarschap van schoolleiders en de autonomie van de beroepsgroep?

'Die vraag hebben we onszelf ook gesteld. We hebben niet voor niets in de afgelopen jaren gewerkt met een factuur gericht aan schoolleiders. Als de praktische bezwaren en de bedrijfsvoeringsproblemen niet zo zwaar zouden wegen, zouden we er niet van af gestapt zijn. In de voorbereiding van het besluit hebben we met schoolleiders besproken hoe belangrijk zij het vinden om de factuur te ontvangen voor hun gevoel van autonomie of gevoel van eigenaarschap. Schoolleiders geven aan dat er geen beroepsgroepgevoel tot stand komt als ze een e-mail met een factuur ontvangen die ze direct voor betaling doorsturen naar het bestuur. Ook ervaren ze het zelf ontvangen en doorsturen van deze factuur niet als een belangrijke bouwsteen voor het gevoel van autonomie als beroepsbeoefenaar.’

Het tarief lijkt fors hoger. Zijn jullie kosten zoveel hoger geworden?

‘Laten we even teruggaan naar 2012. Onze voorganger de NSA bracht € 200,- per jaar in rekening. Het Schoolleidersregister PO is vanaf 2014 geïmplementeerd. De eerste jaren was er sprake van een opbouw van de werkzaamheden. Ieder jaar registreerden zich meer schoolleiders, die vier jaar daarna herregistratie aanvroegen. Het Schoolleidersregister PO is pas vol in bedrijf als alle schoolleiders hun basisregistratie hebben gehaald en alle schoolleiders minstens één keer een herregistratie hebben doorlopen. Dat zal pas in 2023 het geval zijn. Omdat het niet onze bedoeling is een onnodige reserve op te bouwen, hebben we in eerste instantie de jaarlijkse bijdrage verlaagd naar € 175,-. Naarmate de implementatie vorderde en de werkzaamheden zich uitbreidden is het bedrag verhoogd, zodat het paste bij de omvang van de werkzaamheden. De verhogingen van de eigen bijdragen de afgelopen jaren hebben hiermee te maken. Vanaf 2023 laten we een verhoging van de eigen bijdrage correleren met het indexeringspercentage van het CBS. Dat het tarief nu € 255,- is en geen € 200,- komt omdat de exploitatiekosten niet langer over ruim 8.000 schoolleiders worden omgeslagen, maar over ruim 6.000 scholen. De inkomsten voor het Schoolleidersregister PO blijven nagenoeg gelijk.’

Hoe pakt dit uit voor de besturen?

‘Er zijn besturen die een hogere factuur krijgen en er zijn besturen die een lagere factuur krijgen. Dat is het onvermijdelijke gevolg van de verandering. Uiteraard hebben we bekeken of er groepen besturen zijn die bevoordeeld of benadeeld worden. Dit hebben we gedaan door de facturen die we in 2019 hebben gestuurd naast die van 2020 te leggen. Uit deze analyse is niet gebleken dat dit leidt tot systematische bevoordeling of benadeling. We realiseren ons terdege dat het ene bestuur nu met hogere kosten te maken krijgt en het andere bestuur met lagere kosten dan een jaar eerder. Besturen die voor hogere kosten komen te staan compenseren we niet, tenzij er sprake is van schrijnende of zeer onredelijke situaties. Met die besturen gaan we in gesprek om te kijken hoe we hen tegemoet kunnen komen.’

Hebben jullie de bonden en de PO-raad betrokken bij jullie besluit?

‘Jazeker. Met ieder van hen hebben we een gesprek gevoerd over ons voornemen. Zo hebben we getoetst of er argumenten tegen het voornemen waren en of die zouden opwegen tegen de voordelen. Zij reageerden positief en met begrip voor de noodzaak van deze verandering. Over de tekst van de brief aan de besturen met de uitleg van ons besluit hebben we overleg gevoerd met de PO-raad.’